|
Uitgevers
en televisie
een natuurlijk verbond?
N.B.
Uitgevers en televisie -
historische achtergrond: zie onderaan dit artikel
Door
Robert Briel
Uitgevers
en televisie. Is het een natuurlijk verbond of liggen de disciplines
zo ver uit elkaar dat het nooit wat
kan worden? Vier Nederlandse uitgevers waren eigenaar van een
of meer TV-zenders, nu is alleen De Telegraaf nog actief als
grootaandeelhouder van SBS. Tijdschriften als TV programma's?
Sanoma heeft nog een kater van Tip Culinair op TV. Met de komst
van digitale televisie veranderen de regels. "Omroepen moeten
meer als uitgevers gaan denken" zei directeur Chris Dennis
van Rapid Broadcasting onlangs in Londen op een congres over
digitale TV.
Uitgevers
kunnen op vele manieren actief zijn met televisie. Tijdens
een discussie bijeenkomst in het Media Park te Hilversum
vatte Ad Swartjes het uitstekend samen toen hij beschreef hoe
zijn bedrijf actief is met televisie: "Zie het als een
drietraps-raket. De eerste trap is als Telegraaf op concern
niveau: we zitten
in SBS; helaas is ons aandeel begrensd en kunnen we niet meer
bezitten dan hetgeen we nu hebben. De tweede trap bestaat uit
de merken die het hebben en die we kunnen uitbouwen. Denk hierbij
aan De Financiële Telegraaf. De derde trap is de content
die je hebt te exploiteren. We hebben nu Spits als een soort
nieuwskanaal achter de decoder bij UPC." Op iets kleinere
schaal zien we dat de website speurders.nl nu adverteerders
de mogelijkheid geeft ook bewegend video erbij te zetten. Nu
nog
een leuk extraatje bij de regeladvertenties, in de toekomst
misschien een eigen TV-kanaal waard.
De
ambities van De Telegraaf zijn af te lezen aan de recente naamswisseling
van het bedrijf: de naam van de vennootschap
is onlangs gewijzigd in Telegraaf Media Groep. In Nederland
wordt
De Telegraaf gehinderd door een restrictief overheidsbeleid
uit angst voor een opiniemonopolie, "In Nederland is
ons aandeel begrensd, we kunnen alleen nog maar internationaal
verder groeien," aldus
Swartjes, die ook weinig waardering toont voor het beleid
van de overheid, "De overheid houdt alles tegen" en "Onze
overheid reageert per dag, als ze al reageren."
Deze houding doet hem extra pijn, omdat buitenlandse partijen
zoals Bertelsmann met RTL, Sanoma met de tijdschriften afkomstig
van VNU en Apax met PCM steeds meer de Nederlandse mediamarkt
gaan beheersen. De Telegraaf Media Groep is de enige uitgever
die aandeelhouder in een grote commerciële zender is. Sanoma
(voorheen VNU), Wegener en Quote Media waren alle drie ook actief,
maar hebben hun respectievelijke belangen van de hand gedaan.
Sanoma:
meer met televisie
Sanoma wil wel wat met televisie doen, maar de belangstelling
is vooral gericht op het exploiteren van concepten en titels
en niet op deelneming in of exploitatie van eigen tv-zenders.
CEO Pim de Wit heeft nog wel een kater van één
seizoen Tip Culinair op de televisie. Bij RTL was een programmatisch
gat gevallen door het weglopen van het gezicht van een kookprogramma
naar concurrent SBS. Tip Culinair was meteen succesvol, maar
werd door de zender na een enkel seizoen weer gedumpt toen presentator
Cas Spijkers weer terug keerde. Een pijnlijke ervaring met de
vluchtigheid van het medium televisie.
Sanoma
lijkt vooral in te zetten op multimediale projecten als Stay
or Go (over wonen en verhuizen), Libelle en
Autoweek TV.
Daarbij staat het web centraal en kan als het opportuun
is ook uitgebreid worden naar televisie. Zo zal Stay
or Go dit
najaar
ook als TV-programma bij een commerciële zender
te zien zijn.
In mei Autoweek TV startte via het web . Een mogelijke
aanloop tot een echt digitale themazender. Maar eerst
alleen videoclips
die via internet oproepbaar zijn. Het Duitse "moederblad" van
Autoweek, Autobild is op haar website eerder dit jaar al met
bewegend beeld begonnen. Hier kunnen bezoekers clips opvragen
met tests van auto's, maar ook commercials en bedrijfsfilmpjes
van automerken.
Bij
AutoweekTV zal een gedeelte van het aanbod gratis zijn, voor
een stukje moet betaald worden: "We geven
wat weg en als je meer wilt hebben, dan moet je betalen."zegt
De Wit, "Het betaalgemak (op internet) is alleen nog niet
wat het moet zijn." Hij sluit niet uit dat Autoweek TV of
andere concepten uitgroeien tot volwaardige digitale themakanalen.
Sanoma zal op TV gebied gaan samenwerken met andere partijen,
immers "we weten niets van bewegend beeld." Een van
de mogelijke partners is Talpa televisie, het bedrijf van John
de Mol, waarmee men gesprekken voert." Ik neem aan dat iedereen
met De Mol praat. Wij dus ook," aldus De Wit onlangs in
FEM Business. Sanoma kan bij een mogelijke samenwerking haar
kennis van de lezersmarkt en haar 3,5 miljoen "contacten" inbrengen. Bij
Sanoma is men wel sceptisch over de kansen van digitale televisie. "Ik
zie niet hoe je daar geld mee gaat verdienen. In Groot-Brittannië zijn
er nu misschien 450 zenders, maar slechts een paar
zijn winstgevend. Er is nog niet echt belangstelling
bij de consument om daarvoor
te betalen." De Sanoma topman gelooft wel in mobiele
tv, dat wordt "de volgende grote toepassing. De
consument vindt dat ernstig leuk en telt daar geld
voor neer. Bij mobiel consumeer
je op een impuls en men heeft daar geld voor over."
Kook-TV
Quote Media was ooit (mede) aandeelhouder van muziekzender
The Box. Al enige tijd werkt directeur Maarten van
den Biggelaar aan een "kook-kanaal" (over zijn passie eten). Aanvankelijk
was het de bedoeling om dit aan te beiden aan het basispakket
(analoog) van de kabel, maar daar bleek te weinig belangstelling
bij de programmaraden voor te bestaan. Food 11, zoals de zender
gaat heten, moet nu een digitaal themakanaal gaan worden. Maar
vooralsnog vindt Van den Biggelaar het aantal digitale huishoudens
(iets meer dan 120 duizend via de kabel) nog veel te weinig om
een rendabele exploitatie mogelijk te maken. "Food11 kost
minstens 5 miljoen euro per jaar, om een dergelijk kanaal rendabel
te maken moet het aantal digitale huishoudens drastisch omhooggaan.
Met die ruim 100.000 kastjes haal je het niet," aldus Van
den Biggelaar. Wellicht begint Food 11 ook als streaming video
via het web tot de kansen in de digitale huiskamer keren.
Redactionele
samenwerking
Een andere manier van betrokkenheid van uitgevers
met het medium televisie is samenwerking op het
gebied van redactie.
Dit gebeurt
meestal op incidentele basis, zoals de "coproducties" tussen
de redactie van het Financiële Dagblad en
het NPS/VARA programma 'Nova'. Vaak vindt dit plaats
als er uitgebreid en diepgravend
(en dus kostbaar) journalistiek speurwerk moet
worden verricht. Of als er sprake is van een publieksonderzoek
waarbij beide media
de kosten van dat onderzoek delen.
De
Volkskrant gaat nog een stapje verder: samen met het onafhankelijke,
jonge TV-productiebedrijf
Palazzina
Productions
richtte men
samen Volkskrant/Palazzina Productions op. Doel
hiervan is te komen
tot het samen produceren van hoogwaardige, informatieve
programma's. Het huwelijk heeft nog geen concrete
resultaten opgeleverd,
maar dergelijke samenwerking verbanden kunnen
een uitstekend instrument
zijn om straks als de Mediawet is gewijzigd aanspraak
te maken op zendtijd en geld.
Een ander voorbeeld van redactionele samenwerking
is het programma over boeken van NRC Handelsblad,
dat
door regionale
zenders
zoals AT5 wordt uitgezonden.
Financiën
De aarzeling van veeluitgevers om grote stappen
te zetten op het gebied van televisie is begrijpelijk.
De bedragen
die ermee
gemoeid zijn vragen om veel liquide middelen.
Een documentaire TV-programma kost al gauw
veertig, vijftig
duizend
euro voor een uurtje televisie. Daar kunnen
in print heel
wat pagina's
redactioneel mee worden gevuld. Voor het zelf
beginnen
van een digitaal themakanaal is ook een goede
gevulde portemonaie noodzakelijk:
Van den Biggelaar noemde al de vijf miljoen
euro op jaarbasis om een thematische kanaal over eten
en drinken
op te
zetten.
De
technische kosten van een digitaal TV-kanaal zijn aanzienlijk
gedaald. Erwin Blom, bij
de VPRO verantwoordelijk
voor
de digitale kanalen,noemde een bedrag van
tachtigduizend euro
voor het
opzetten van de technische infrastructuur
en nog eens vijfenzeventig duizend
per jaar. Dit zijn wel erg optimistische
cijfers,want Blom heeft reeds de infrastructuur van een
publieke omroep tot
zijn beschikking
en relatief makkelijk toegang tot de content.
Een
probleem voor uitgevers is dat ze misschien wel veel statische
content in huis hebben,maar
weinig
of geheel
geen bewegend
beeld. Ook ontbreekt waarschijnlijk de
kennis om hiertoe toegang te
krijgen. Pim de Wit zoekt daarom samenwerkingsverbanden,
De Telegraaf neemt een strategisch belang
in een grote commerciële omroep.
Buitenland
Kijken we naar het buitenland dan zien
we relatief weinig succesvolle samenwerkingen
tussen traditionele
uitgevers
en TV omroepen.
Het meest bekende is wellicht National
Geographic,
dat van wereldberoemd tijdschrift de
stap maakte naar succesrijk
TV-kanaal. In dit
geval leende de inhoud van het gedrukte
medium zich uitstekend voor vertaling
naar bewegend
beeld. Daarbij
had de Society
al de nodige ervaring opgedaan met het
produceren en exploiteren van losse programma's.
De
Society verkocht
deze uitzendingen
aan omroepen en verkocht ze later als
videobanden (en nu ook DVD's). De stap naar een volwaardig
TV-kanaal maakte
men toen
men een catalogus van vele honderden
uren
aan programma's had opgebouwd.
De meest succesvolle entrepreneur is
ongetwijfeld Rupert Murdoch, die naast
zijn kranten
imperium wereldwijd TV-bedrijf wist
op te bouwen. Daarbij is er geen of weinig
synergie tussen de beide
bedrijfsonderdelen.
De
synergie die had moeten ontstaan voor het Time-Warner multimedia
concern
is vooralsnog een onvervuilde
belofte gebleken. Afgezien
van een enkel op CNN programma waarin
we de
naam Time voorbij zien vliegen is er
weinig samenwerking.
Collega
Hearst
geeft haar naam Cosmopolitain in licentie
aan een TV-kanaal dat
zich richt op vrouwen. En Playboy maakte
ook relatief succesvol de transitie
naar televisie
met over
de hele wereld TV
kanalen onder
haar naam.
In
Duitsland zijn uitgevers relatief actief met televisie, vooral
als
investeringen. Een concern
als Bertelsmann
investeerde stevig
in vele verschillende media en is
als eigenaar
van de RTL Group een van de belangrijkste
spelers in
Europa. Collega
Axel Springer
Verlag wil nu een meerderheid verwerven
in het concurrerende Pro7/Sat 1 concern.
Ook
zien we
een aantal Duitse
tijdschrift titels als TV-programma's,
zoals de documentaires van
Spiegel-TV of de jeugdprogramma's
van Bravo. Het tijdschrift Focus
begint dit jaar zelfs met een eigen
digitaal themakanaal over gezondheid
en fitness.
Aan
de andere kant zien we ook omroepen die successen boeken met
zelf uitgever
spelen.
Het meest in
het oog springende
voorbeeld is natuurlijk de BBC
die erin slaagde om naast de wekelijkse
TV-gids een uitgeverij op te bouwen
die
tot de Top 3 van het Verenigd Koninkrijk
behoort.
In
Nederland verschijnen
twee
licentie uitgaven: Top of the Pops
en sinds deze maand ook het autoblad
Top Gear. SBS werd met de acquisitie
van Veronica tevens eigenaar van
het grootste
programmablad
en
heeft daarmee
een kans dit
uit te bouwen tot een bredere uitgeverij.
Niet alleen in
ons land, maar wellicht ook in
de andere markten waar de omroep
actief is. Jetix (voorheen Fox
Kids) wist samen met een kleine uitgeverij
het Jetix Magazine als jeugdblad
in de
markt te zetten. En in de USA maakte
programma maakster Oprah Winfrey
een succes
van
haar eigen maandblad 'O'.
Met
de ontwikkelingen op het gebied van de digitale televisie zal
het maken van
themakanalen
steeds
meer gaan lijken
op traditioneel uitgeven. Dat
is althans de mening van Chris
Dennis, directeur
van het Britse bedrijf Rapid
Broadcast dat behulpzaam is bij het opzetten
van digitale
zenders: "Kijk naar een
tijdschriften kiosk, daar zie
je ook steeds meer titels, die
keurig per genre
in de schappen staan gerangschikt.
Zo gaat het ook met digitale
themakanalen. Aanbieders als
Sky (het digitale TV platform
per
satelliet in Groot-Brittannië)
zetten nu al alle typen zenders
bij elkaar. Door deze ontwikkelen
moeten omroepen steeds meer als
uitgevers gaan denken,in thema's
en in markten." (Door
Robert Briel; dit
artikel is eerder verschenen in Media Facts)
Historie:
uitgevers en televisie
een hoofdstuk apart
Door
Robert Briel
Een
hoofdstuk apart vormt de
eerste serieuze poging in
de tweede helft van de jaren
tachtig om vanuit eigen bodem
een commerciële omroep
op te zetten: de combinatie
EPTV-ATV verenigde de (toenmalige)
uitgevers Elsevier-NDU, Perscombinatie,
De Telegraaf en VNU samen
met de publieke omroepen
AVRO, Tros en Veronica. Als
er ooit een gelegenheid was
geweest om een puur Nederlandse
commerciële omroep toe
te laten, was dit het wel.
Bij
de publieke omroepen wilde
de AVRO al sinds
jaar en dag
een eigen zender. Men had
enige tijd als "super" A-omroep
extra radiozendtijd gekregen,
maar moest na verloop van
tijd gewoon weer in
het mandje met
de overige A-omroepen. Voorzitter
Wallis de Vries had er wel
oren naar om een commercieel
avontuur te beginnen, mits
het gezelschap maar goed
was. De Tros en Veronica
hadden
beide commerciële achtergrond
en staken nooit onder stoelen
of banken dat ze wel eens
wat anders wilden dan aan
de publieke
leiband te lopen. Hun voorzitters
Henri Minderop en Wouter
Bordewijk waren warme voorstanders
van
een gang nar de commercie.
Aan
uitgeverszijde was het enthousiasme
wat minder groot.
Elsevier-NDU was actief
geïnteresseerd.
Het bedrijf had al eens wat
geïnvesteerd in de beginjaren
van de internationale commerciële
satellietzender Sky Channel
en wilde wat meer. De VNU
leed nog aanloopverliezen
met de
abonnee-tv onderneming
FilmNet, maar koesterde
ambities om
deel te nemen in een commercieel
tv-station. De krantenuitgevers
De Telegraaf en Perscombinatie
deden ook mee, waarmee
vrijwel alle grote uitgeverijen
uit
die tijd betrokken waren
bij het initiatief.
Hun
gezamenlijke politieke invloed
was niet gering.
Als het op deze wijze
niet zou
lukken, dan zou niemand
erin slagen. Maar het
lukte niet:
de jarenlange politieke
lobby, met name van het
CDA, tegen
de commerciële televisie
zegevierde ook ditmaal.
De AVRO, Tros en Veronica
bleven
onderdeel van het publieke
bestel, de uitgevers
bleven met lege handen
achter.
Het
blijft slechts raden wat
de komst van een
dergelijke commerciële zender teweeg
zou hebben gebracht. VNU en
Elsevier zouden later niet
meer bereid geweest zijn in
een RTL-zender te investeren,
Veronica had dan ook nooit
met de Luxemburgers gesproken.
Jaren later deden de Vlamingen
dit trucje min of meer over:
bij de oprichting van de VTM
- toen men in Vlaanderen echt
niet meer onder de invoering
van commerciële
televisie uit kon -
waren vrijwel
alle uitgeverijen betrokken,
die
het beste talent van
toen nog de BRT wegkochten.
In
1989 keert het tij. Door
aanpassingen in
de mediawet
wordt het mogelijk
voor buitenlandse
(!) omroepen
om commerciële
radio en televisiekanalen op
de Nederlandse kabel te krijgen.
In dat jaar maken verschillende
partijen plannen om een commercieel
TV-station op Nederland te
richten. Joop van den Ende
richt zijn TV10 op, Vanuit
Luxemburg is RTL bezig met
enkele voormalige Veronica
medewerkers met RTL-Véronqiue.
Van de uitgevers zijn zowel
de VNU als Elsevier-NDU geïnteresseerd,
uiteindelijk doet
alleen de VNU mee
met 38%
van de aandelen.
In Vlaanderen doet
de VNU mee in de
VTM.
RTL-Véronique
evolueert naar
de HMG, Holland Media
Group, met de drie
zenders RTL4, RTL5
en Veronica.
De VNU bezit via
RTL4
S.A.een belang
van 24,7% in de
onderneming.
Na een aantal jaren
van grote winstgevendheid
werd de HMG
voor VNU een zorgenkindje
geworden, omdat
de zenders
door toenemende
concurrentie minder
renderen. Naar
VNU-maatstaven presteert
het tv-bedrijf
onder de maat. In 1998
kondigde de VNU
aan dat men van plan
was
het
aandeel van de
hand te doen, omdat
televisie niet
(meer) tot de kernactiviteiten
van
het bedrijf
behoren. De aandelen
gaan naar de andere
grote aandeelhouder,
de CLT-UFA. In
Vlaanderen
verkoopt
VNU het belang
aan collega
uitgeverijen Roularta
en De Persgroep.
In
1996 stappen zowel De Telegraaf
als
Wegener in
de televisie
business. Het
Telegraaf
concern neemt
een aandeel in de Nederlandse
tak van SBS en
neemt een pakket
aandelen
in Sport
7 over van
entrepreneur
Willem
van Kooten. Het
eerste jaar
verloopt
niet goed voor
deze deelnemingen.
De
nettowinst
daalde
met 16,5%
naar ƒ 84,6 miljoen als
gevolg van de aanloopverliezen
bij deelnemingen buiten de
kernactiviteiten, voornamelijk
commerciële
televisie, maar
ook Planet Internet.
Hetzelfde jaar
nog
wordt Sport 7
gestopt omdat
de zender
geen overeenstemming
kan
bereiken
over betaling
door de kabelmaatschappijen.
Wegener kocht dat jaar het
bedrijf Arcade van Herman
Heinsbroek om uit de groeien
tot een volwaardig
multimedia bedrijf. De visie
was om als Wegener-Arcade
mediagroep de AOL-Time-Warner
van de polder
te worden. Arcade was bekend
als leverancier van verzamel-CD's
en videobanden. Maar belangrijker
was het bezit van twee TV-kanalen,
de herhaalzender TV10 en
het muziekkanaal TMF, The
Music
Factory. Het blijkt echter
een moeizaam huwelijk, de
televisietak is verlieslatend
in de hevige
concurrentiestrijd met de
HMG en SBS en TMF moet opboksen
tegen MTV en The Box.
In 1997 verkoopt Wegener
Arcade de meerderheid van
TV10 aan
het Amerikaanse mediabedrijf
Saban. Saban is gespecialiseerd
in familieprogrammering en
TV 10 past daar goed bij.
Toegevoegd worden kinderprogramma's
in
de ochtenduren. Hieruit groeit
Fox Kids en in de avonduren
Fox8, deze laatste wordt
later door SBS overgenomen.
Uiteindelijk
slaagt Wegener er in 2001
TMF te verkopen aan aartsrivaal
MTV.
Als vierde uitgever was Quote
Media actief met de muzikale
clipzender The Box, waarin
het een belang had van 50%.
The Box zendt 24 uur per
dag muziek uit, door kijkers
telefonisch
aangevraagd kan worden via
een speciaal betaald telefoonnummer.
The Box Holland kwam tot
stand door een samenwerking
tussen
Quote en het Amerikaanse
Liberty Digital. Eind 2003
nam het
Duitse muziekkanaal Viva
Media de Nederlandse Box
over. Quote
heeft de laatste jaren ook
geprobeerd een kanaal over
koken, eten en drinken op
te zetten. Door gebrek aan
belangstelling
bij programmaraden slaagde
men er niet in voldoende
distributie via de kabel
te krijgen en
staan de plannen in de ijskast.
.
|