|
De wondere wereld van televisie via internet
Door
Robert Briel
Er
is een stille revolutie aan de gang. Eerst was er het geluid
via het web: downloaden van MP3’s en naar
de radio luisteren via het internet zijn nu de gewoonste
zaken van de wereld.
Nu is het de beurt aan video. Streaming TV is big buisiness,
omroepen en uitgevers experimenteren naar hartelust met
deze techniek en nu de breedbandverbinding oprukt lijken
de bomen
tot in de hemel te groeien. Televisie via het world wide
web kent echter veel varianten; een overzicht van de
mogelijkheden. Half
oktober zat Studio 24 op het Hilversumse Mediapark vol met
zo’n vierhonderd belangstellenden tijdens het Cross
Media Café over Streaming Media. Een teken aan de
wand? Of is video via het net de nieuwe internet bubble?
Streaming
Eerst even wat feiten op een rij: we hebben IPTV (internet
protocol tv), streaming video op het net en filesharing of
downloaden.
Bij de eerste hebben we het over reguliere TV-kanalen die
in plaats van via kabel, satelliet of ether via de koperen
telefoondraad
de huiskamer binnenkomen. Daarvoor is dan wel een set-top
box nodig die het digitale signaal zichtbaar maakt. Voordeel
is
dat naast het gewone aanbod ook extra diensten geboden kunnen
worden,
zoals live voetbal of films en TV-programma's op bestelling
(on demand). Versatel biedt sinds de zomer IPTV aan en KPN
zal het
in de loop van 2006 uitrollen. Voor de kijker maakt het niet
uit dat de programma's via IP binnen komen: hij of zij maakt
gewoon gebruik van televisie en afstandsbediening.
Voor
de andere twee geldt gaat het om video die je via je computer
de huiskamer binnenhaalt. Bij streaming blijft
het beeldmateriaal
op de server van de eigenaar staan, maar het is op de
eigen computer te bekijken. Dat kan zowel live als on
demand, bijvoorbeeld
op
de website uitzendinggemist.nl. Een project als Wheelz
TV van Sanoma uitgevers (met werkelijk alles met een
motor op
wielen)
behoort tot deze categorie. Deze streamingdiensten kunnen
gratis zijn of tegen betaling. In principe zijn ze voor
iedereen met
een breedband internet aansluiting toegankelijk.
Natuurlijk is de scheidslijn voor de consument niet altijd
even duidelijk: aan de ene kant worden streaming sites als
/geschiedenis
ook als digitaal themakanaal via de kabel aangeboden, aan
de andere kant is het makkelijk een koppeling te maken tussen
de computer en het TV-toestel. Dat kan via een vrij kostbare
oplossing
als het Windows Media Center van Microsoft, maar ook via
een
simpele, maar effectieve manier als de PCzapper. Dat laatste
bestaat uit wat software, een kabel en een afstandsbediening
die alle IP-signalen zichtbaar maken op je televisie. Apple
heeft met zijn Front Row software en afstandsbediening een
soortgelijke
oplossing.
Opmars
Stef van der Ziel is met zijn bedrijf Jet-Stream één
van de pioniers op het gebied van streaming faciliteiten in ons
land. Volgens zijn analyse zal streaming via de computer steeds
belangrijker worden. Jongeren gebruiken het web meer dan de oude
televisie: ze zitten slechts één uur per dag voor
de buis (landelijk gemiddelde, meer dan drie uur), maar zitten
drie uur achter hun computer. Daarbij maken ze in toenemende
mate gebruik van streaming sites. Toch is dit soort consumptie
nog slechts beperkt: bij deze jongeren duurt een web-TV kijksessie
slechts vijf minuten, bij gewone televisie is dat 15 minuten.
Voor webradio is het eveneens 15 minuten.
Smits
zet in op de jeugd: "Onder de 25 heeft men de neiging de PC te
gebruiken voor entertainment, voor muziek, games, films
en radio en
niet uitsluitend voor email en tekstverwerking."
In de visie van Van der Ziel zal het streaming gebruik
van het web aanzienlijk toenemen: dit jaar bestaat
tussen de
20 tot 25
procent van het dataverkeer uit streaming, in 2009
zal dat ongeveer de helft zijn.
Aan de aanbodzijde verwacht Van der Ziel een grote
groei van de kant van uitgevers, bijvoorbeeld Sanoma
en Telegraaf.
Ook
zal busines-to-business en business-to-consumer steeds
belangrijker worden. Denk verder aan universiteiten,
overheden en ziekenhuizen
die zowel intern als extern gebruik zullen maken van
streaming video.
Ondanks
de gigantische groei van het streamingverkeer wordt er niet
heel vaak tegelijkertijd naar dezelfde
stream gekeken:
het
aantal 'concurrent users' (gelijktijdige kijkers) dat
in Nederland van streaming gebruikt maakt, ligt maximaal
tussen
de 20.000
en 30.000. Op het moment dat er veel gebruikers gelijktijdig
naar één stream willen kijken kan dit
problemen opleveren voor de aanbieder. Er wordt dan
namelijk te
veel gevraagd van de server.
De eerste ervaringscijfers over streaming zijn ook bekend.
Tiscali verzorgde verslagen van Sail 2005 uit Amsterdam.
Tijdens de vier
dagen van het evenement in Amsterdam vroegen PC-kijkers 550.000
streams aan. PSV biedt streaming beelden van de trainingen.
Volgens Peter Kentie, marketingmanager van de club, gaat
het om 60.000
live streams plus 50.000 downloads per maand. DutchView
biedt via het StreamGate platform het grootste gedeelte van
de streams van de publieke omroepen aan.
Volgens Patrick
Wildschut, verantwoordelijk voor webcasting bij het
bedrijf, was de oorlog in Irak in 2003 de eerste keer dat er
massaal
gekeken werd naar streams. Daarnaast waren publiekstrekkers
Tiësto
in Concert in 2004 en Sensation van ID&T eerder dit jaar.
En natuurlijk is nu Big Brother 5 de best bekenen site. Maar
het grootste succes tot nu toe was Radio 555, de actiezender
voor de slachtoffers van de Tsunami ramp. Op het hoogtepunt waren
er 44.000 gebruikers en de gemiddelde kijktijd bedroeg één
uur.
William
Valkenburg, content manager van omroep.nl, vertelde tijdens
hetzelfde Cross Media Café over
de spectaculaire groei van de nieuwe activiteiten
van de publieke omroepen.
De site
uitzendinggemist.nl is inmiddels een begrip geworden:
in de maand september werden er maar liefst 2,8 miljoen
streams
opgevraagd.
Een jaar geleden waren dat er nog maar 400.000. Uit
de gebruikscijfers blijkt dat 'prime time' voor deze
site
ligt in het uur tussen
22 en 23 uur, sowieso vindt het gebruik vooral 's
avonds en in het weekend plaats. Op dit moment is het gegenereerde
verkeer
gemiddeld 800Mbit, met toppen tot 1 Gbit en recentelijk
zelfs een record van 1,2Gbit. Dat betekent dat het
groeiende aantal
breedband aansluiting thuis er langzamerhand toe
leidt
dat er meer AV-consumptie via het web plaatsvindt.
Kijken we
naar het
totale aanbod van de publieke omroepen, dan werden
er in september in totaal 20 miljoen on demand streams
opgevraagd.
Dat is dan
inclusief radio, archief en fragmenten.
Tot
dusver hebben we het over reguliere streaming sites. Hierbij
vraagt elke kijker zijn eigen stream op en
kijkt vanaf de server
van de aanbieder. Dat betekent dat hoe populairder
een programma is, hoe meer data verkeer er plaatsvindt.
En dat kan voor
de aanbieder behoorlijk in de papieren lopen. Weliswaar
zijn er
aanpassingen in de netwerken mogelijk om dit verkeer
in zo goed mogelijke banen te leiden en de belasting
zo veel mogelijk
te
beperken, maar het principe blijft hetzelfde.
Filesharing
Natuurlijk is er ook nog een andere methode, die we al kennen
uit de wereld van de MP3's, namelijk filesharing. Een
distributie methode die de netwerken op veel efficiëntere wijze benut
en tevens de computer capaciteit van alle deelnemers gebruikt
voor de verspreiding. Dat klinkt mooi, maar we hebben het hier
natuurlijk over een techniek die zijn wortels heeft in de piraterij.
Onderschat deze vorm van distributie echter niet. Peer to peer
distributie (zoals filesharing ook wel wordt genoemd) is vele
malen groter dan streaming. Vrijwel elke speelfilm is al voor
de officiële release in de bioscoop beschikbaar op het net
en van populaire Amerikaanse TV-series gaan er al honderdduizenden
(!) exemplaren per afleveringen over het net. Een top-episode
haalt zo tussen de 700 en 900 duizend shares - we hebben het
dan in totaal over miljoenen programma’s die per week over
het net vliegen. Efficiënt gebruik, maar wel illegaal.
Toch is ook de BBC actief aan het kijken wat de merites
zijn van deze
techniek.
Tijdens
het Cross Media Café vertelde Johan Pouwelse van
de Universiteit van Delft over het iShare project.
In zijn visie gaan we echt geen streams meer opvragen, maar
is peer-to-peer
of filesharing verreweg de beste manier TV-programma's
en films te distribueren via het internet. Oeps...dat is vloeken
in de
kerk, daarin de studio te Hilversum? We hebben het
bij streaming van video toch over DRM (digital rights management,
waarbij er
betaald wordt voor een aantal kopieën, als dat
krediet op is wordt het materiaal geblokkeerd) en
dergelijke zaken. Niet
over ongecontroleerd delen van programma's. "Ik
moet u waarschuwen",
begon Pouwelse zijn betoog, "u treedt toe tot
de boze wereld van het internet." In die boze
wereld is de geest van piraterij allang uit de fles. Het
lijkt dan ook geen gek idee om deze methodologie te harnassen
en te gaan gebruiken voor officiële
distributie. De BBC is daar al mee begonnen in
het kader van haar iMP
open
source
project. Met iShare hoopt Pouwelse nog een stap
verder te gaan.
Met
de introductie van video downloads via iTunes biedt Apple een
fundamenteel andere oplossing.
Hierbij maakt
men gebruik
van traditionele downloads. Tegen betaling en
uitgerust met ingebouwd DRM, dat de download dus beschermt
tegen illegaal
kopiëren.
Het aardige van dit model is dat de content eigenaren
zich via de iTunes winkel rechtstreeks tot de
consument richten.
Ook dat
heeft al tot de nodige onrust geleid bij de TV-stations
die deze programma's uitzenden en leven van de
commercials die
ze erbij
verkopen. Deze wijze van programma's distribueren
kan ook andere businessmodellen schade berokkenen,
zoals
het toekomstige
video
on demand van de kabelmaatschappijen. Voordeel
van het iTunes model is wel dat de eigenaren
van het
materiaal hun geld
zien, maar tegelijk zet men wel de eerste stap
om de 'middle man' te
elimineren.
Wat
de uiteindelijk vorm van distributie en businessmodellen ook
mag zijn, streaming media is here to stay.
Al was het alleen maar omdat we allemaal aan
het breedband
zitten en niet alleen
maar naar statische websites willen kijken.
Welke techniek
de strijdt ook mag winnen, we zullen allemaal
TV gaan kijken
via
het web. En we kunnen niet alleen kijken, maar
zelf ook actief meedoen met videoblogs of vodcasts…
(Door
Robert Briel; dit
artikel is eerder verschenen in Broadcast Magazine)
.
|