Connected tv in 2012 in stroomversnelling

In het verleden wilde het niet zo vlotten met connected tv. Doordat elke tv-fabrikant een eigen platform had, was het aanbod van content versnipperd en liep de consument er niet echt warm voor. Volgens Martijn van Horssen van 24i Media zal dat in 2012 best eens kunnen veranderen. Zijn bedrijf heeft een techniek ontwikkeld ‘die de diverse platforms met elkaar verbindt vanuit de inhoud’. Over deze techniek vertelt hij, onder andere, op het komende Cross Media Café van 7 februari aanstaande.

Toen kijkers via internet en mobiele devices zelf konden bepalen wanneer en waar ze wat wilden kijken, leek de toekomst van het televisietoestel even onzeker. Ironisch genoeg zorgen diezelfde ontwikkelingen er nu voor dat de tv een tweede leven krijgt. Internet en televisie hoeven elkaar namelijk niet uit te sluiten, je kunt ze ook integreren. Philips ziet dit al vroeg en schakelt in 2007 het innovatieve crossmediabedrijf 24i Media in om te onderzoeken hoe je internetcontent geschikt kunt maken voor tv.

24i Media stelt dat internet en televisie twee verschillende grootheden zijn. Websites kun je niet zomaar overzetten naar een televisiescherm. Van Horssen: ‘Als je internet op de pc gebruikt, zit je hooguit een meter van het scherm af. Als je tv-kijkt, kan dat wel drie meter zijn. Door dit verschil in afstand wordt content gauw onoverzichtelijk over op een tv-scherm. Connected tv is geen website, dus moet je opnieuw vormgeven. Of neem de navigatie: iedereen is gewend de muis te gebruiken op internet en voor de tv heb je de afstandsbediening. Hier moet je een oplossing voor bedenken. Maar het belangrijkste is dat je achter een tv simpelweg andere dingen doet dan achter een pc: het informatie-transactiemodel is totaal anders.’

Eigen besturingssysteem
Terwijl 24i Media pilotprojecten voor Philips uitvoert, ontwikkelen Samsung, LG en Sony ook connected tv’s en dat levert een ander probleem op. Alle toestellen hebben namelijk een eigen besturingssysteem. Van Horssen: ‘Vergelijk het met het verschil tussen een iPhone en een Android.’

Contenteigenaren staan dan ook niet te trappelen om toepassingen voor connected tv’s te maken: dat is veel te kostbaar door de verschillende platforms die ondersteund en onderhouden moeten worden. Er zou eigenlijk een applicatie moeten zijn die een vertaalslag maakt van de diverse technologieën aan de achterkant van de tv naar het scherm.

En dat is precies waar 24i Media al een tijdje mee bezig is. ‘Connected tv leek ons een fantastisch, waardecreërend fenomeen, maar we zagen dat de techniek achter de tv’s per merk erg verschilde. Dat leek een mogelijke hobbel voor de adoptie dus ontwikkelden we een methode om die verschillen in onze zogeheten ‘app core’ te kunnen integreren. Hiermee kun je de standaard functionaliteit van een dienst geschikt maken voor de verschillende platforms’, aldus Van Horssen. ‘We werken veel met templates en sjablonen, maar een deel van de functionaliteit verschilt altijd per platform. Het is voor aanbieders dus raadzaam om platformneutrale content te maken, dat ziet er op elk apparaat ongeveer hetzelfde uit.’ De app core werkt overigens niet alleen bij connected tv’s, maar ook bij gaming consoles en blu-rayspelers die met het internet verbonden zijn, en zelfs mobiele devices.

Ondanks de uiteenlopende platforms voor connected tv lijkt Hybrid broadcast broadband TV (HbbTV) dominant te worden. Veel broadcasters, waaronder de NPO, hebben Hbb gekozen als standaard voor interactiviteit. Bij HbbTV wordt de rode knop op de afstandsbediening gebruikt om extra informatie naar het tv-toestel te sturen. Ook is het mogelijk lineair uitgezonden programma’s te mixen met interactieve onderdelen. Van Horssen denkt overigens dat de meeste applicaties niet full Hbb zullen worden, maar Hbb-compliant.

Even snel
In 2012 zou connected tv volgens Van Horssen wel eens in een stroomversnelling kunnen raken. Onderzoek toont aan dat het aantal ‘connected’ gebruikers inderdaad aanzienlijk is gegroeid sinds 2009. Van Horssen: ‘Door het stijgend aantal gebruikers groeit niet alleen het aanbod, de gebruiksvriendelijkheid en de mogelijkheden nemen ook toe.’ Hij benadrukt wel dat je alleen efficiënte apps kunt maken als je je afvraagt wanneer mensen het tv-scherm in de woonkamer gebruiken. ‘Lange teksten lees je niet op tv, wel op een tablet of een smartphone. De televisie is geschikt voor het gezamenlijk bekijken van videocontent, vandaar de populariteit van diensten als Uitzending Gemist of Video on Demand. Het tv-scherm is ook erg geschikt voor mensen die samen iets willen kopen op internet.’ Ook wat Van Horssen de ‘even-snel’-categorie noemt, is een belangrijke doelgroep. ‘Dat zijn mensen die vlug het weerbericht of verkeersinformatie willen checken.’ Het medium is duidelijk nog altijd bepalend voor de vorm van de boodschap.

Buiten de deur
Veel kabelmaatschappijen lijken connected tv echter buiten de deur te willen houden omdat ze bang zijn hun monopoliepositie te verliezen. Nu de televisie met internet verbonden is, wordt de huiskamer plotseling ook bereikbaar voor partijen die tot nu toe werden buitengesloten door kabelaars en omroepen.

Er komen nieuwe spelers op de markt die alleen via internet opereren. Zo lanceerde bioscoopexploitant Pathé bijvoorbeeld de Video-on-Demand-dienst Pathé Thuis, waarmee mensen films kunnen huren via internet. Een ander voorbeeld is TED (Technology, Entertainment, Design), een organisatie die mensen een podium biedt om vernieuwende en inspirerende ideeën aan de wereld te presenteren. Van Horssen: ‘24i Media ontwikkelde een dienst voor TED waarmee je de beste presentaties via internet-tv kunt bekijken. Je kunt dit passief doen – dus kijken en skippen als je naar een volgende lezing wilt – maar je kunt ook actief op onderwerpen zoeken.’